De touwen los

Met gesloten ogen lig ik in het blauwe bootje. Ik dommel

zorgelofaeroer-bootje-1os op de deining van het wiegende water.

De stralende zon vaart geruststellend met me mee.

 

Ergens in de verte rommelt het en de wind trekt

met rukjes aan de boot. Ik sluimer in half bewustzijn

en kolk onwetend naar het naderende onheil.

 

 

De eerste waterdruppels, groot en koud

als een natte sneeuwbal stiekem in mijn jas

gepropt. Ik schiet klaarwakker, op slag kraakhelder.

 

Mijn bootje danst zijn heupen los in de grijze regendans.

De wind wordt storm, het water zwiept en gromt,

neemt me te grazen. Hulpeloos duik ik kopje onder.

 

Ik kom boven, maar ben mezelf kwijt,

draai weer in een woeste spiraal naar beneden.

Ik trappel en vecht totdat ik me doodmoe overgeef.

 

Alles wordt stil. Het licht trekt mijn blik hoopvol naar zich toe.

Ik zwem naar mijn blauwe reddingsboei en drijfnat

trek ik mezelf weer veilig aan boord.

 

De zon slaat haar stralen als engelenvleugels om me heen.

Helder hoor ik nu de vogels zingen, een bevrijdend lied.

Alles wordt nieuw.

 

 

 

Beeld: Claudia van de Leur

Tekst: Riet van der Wenden

Copyright 2018 Schrijfsporen